De lengte van je kind meten: liggend of staand?
Liggend tot 2 jaar, daarna staand
De WHO meet kinderen tot 2 jaar liggend. Dat heet de lichaamslengte. Vanaf 2 jaar meet de WHO staand: dat is de lichaamshoogte. Een baby of jonge dreumes kan nog niet stil en rechtop tegen een muur staan, dus liggend meten is dan veel betrouwbaarder.
Meet je kind jonger dan 2 jaar dus liefst liggend. De voorspeller vergelijkt een meting altijd met de WHO-curve voor precies die leeftijd, en tot 2 jaar is dat de curve voor liggend meten.
Liggend meten: zo pak je het aan
Bij Kind en Gezin of het consultatiebureau gebruiken ze een meetplank met een vaste rand voor het hoofd en een schuifje voor de voeten. Thuis kan het ook, maar je hebt wel twee mensen nodig.
- Leg je kind op de rug op een stevige, vlakke ondergrond, zoals een tafel of de vloer. Een bed of een dikke mat geeft mee en maakt de meting onbetrouwbaar.
- Zet een rechte rand tegen de kruin: een muur, een plank of een dikke doos. De eerste persoon houdt het hoofd zacht recht, met de blik naar boven.
- De tweede persoon strekt de benen voorzichtig. Druk de knieën zacht naar beneden en zet de voeten rechtop, met de tenen naar het plafond.
- Zet een boek of plankje plat tegen de hielen. Leg je kind weg en meet de afstand van de rand tot het boek met een stevig meetlint.
Lukt het niet in één keer? Geen probleem. Meet twee of drie keer en neem het gemiddelde. Een baby die spartelt, meet je beter straks opnieuw dan nu half.
Staand meten vanaf 2 jaar
- Zet je kind zonder schoenen tegen een vlakke muur, op een harde vloer. Dikke sokken mogen ook uit. Kies een stuk muur zonder plint, of laat je kind op een plank staan die tegen de muur aansluit.
- Maak een staart, knotje of haarspeld los. Die duwen het boek omhoog.
- Hielen tegen elkaar en tegen de muur. Ook de billen en de schouders raken de muur. De knieën zijn gestrekt.
- Laat je kind recht vooruit kijken, niet omhoog of omlaag.
- Leg een boek of snijplank plat op het hoofd, haaks op de muur. Zet er een potloodstreepje onder en meet van de vloer tot het streepje.
Waarom je kind op 2 jaar ‘krimpt’
Staand ben je een beetje kleiner dan liggend. Je rug en je gewrichten zakken iets samen onder je eigen gewicht, en liggend strek je je makkelijker helemaal uit. Daarom maakt de WHO-groeicurve precies op 2 jaar een sprongetje naar beneden. In de WHO-tabellen is het verschil in de mediaan tussen de laatste dag liggend en de eerste dag staand ongeveer 0,7 cm.
Dat is dus geen meetfout en ook geen stilstand in de groei. Zie je in de grafiek van de voorspeller dat knikje op 2 jaar, dan is dat correct. Voor de berekening maakt het niet uit: elke meting wordt vergeleken met de curve van precies die dag.
Hoe vaak meet je, en waar noteer je het?
Hoe jonger je kind, hoe sneller het groeit. Volgens de WHO-mediaan groeit een jongen in zijn eerste levensjaar 25,9 cm, en tussen 4 en 5 jaar nog 6,6 cm. In het eerste jaar is om de paar maanden meten dus zinvol. Later is een paar keer per jaar ruim genoeg.
- Noteer altijd de datum en de lengte samen, bijvoorbeeld 75,5 cm met een komma.
- Gebruik meerdere metingen in de voorspeller. Recente metingen tellen daar zwaarder mee dan oudere, maar een reeks metingen maakt de schatting stabieler.
- De gegevens die je invult, blijven op je eigen toestel. Je kunt ze ook gewoon op papier of in een notitie op je telefoon bijhouden.
Veelgemaakte meetfouten
- Schoenen of dikke sokken aanhouden. Dat scheelt al snel meer dan je denkt.
- Haar in de weg. Een staart of speld duwt het boek omhoog.
- Gebogen knieën. Liggend trekken baby’s hun benen graag op. Wacht tot ze ontspannen.
- Een zachte ondergrond. Een bed, een verzorgingskussen of een dik tapijt geeft mee.
- Een scheef boek. Houd het boek haaks op de muur, anders meet je te veel of te weinig.
- Telkens op een ander moment meten. In de loop van de dag word je een heel klein beetje kleiner. Meet daarom liefst steeds op ongeveer hetzelfde moment, bijvoorbeeld ’s ochtends.
En dan?
Met een goede meting bereken je in de voorspeller welke maat je kind op een latere datum nodig heeft. Wil je eerst weten welke lengte bij welke maat hoort, kijk dan in de maattabel. En wat het percentiel van je kind betekent, lees je in Percentielen uitgelegd.